Vergroenen van particuliere Tuinen

Kennissessie

Hoe krijgen we bewoners enthousiast om hun tuinen te vergroenen? Die vraag stond afgelopen 5 februari centraal tijdens de kennissessie van Groene Cirkel Groene Gezonde Stad. Werkteamleden, gemeenten, corporaties en kennispartners kwamen bijeen om ervaringen te delen, inspiratie op te doen en samen te werken aan oplossingen. Dat deden zij op een passende locatie: The Field, een groene, circulaire plek in het groen.

Groene Cirkel Groene Gezonde Stad heeft een droom: het radicaal vergroenen van Zuid-Hollandse steden en dorpen. Naast de openbare ruimte zijn particuliere tuinen een onmisbare schakel in het stedelijk groen. Ze spelen een belangrijke rol in biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid. In verschillende presentaties en bij de workshop tijdens de kennissessie ‘Vergroenen van particuliere tuinen’ bogen de deelnemers zich over de vraag hoe we de vergroening van tuinen écht op gang kunnen krijgen.

Verwondering als startpunt

Natuurjournalist, ecoloog en schrijver Luc Hoogenstein nam de deelnemers mee in de kracht van verwondering. Volgens hem begint vergroening niet bij beleid, maar bij fascinatie. Met zijn ‘groene driehoek’, verwondering, inspiratie en motivatie, liet hij zien hoe enthousiasme en persoonlijke verhalen mensen in beweging brengen. Want kennis is belangrijk, maar oprechte fascinatie werkt aanstekelijk en verhalen zijn de snelste route naar betrokkenheid. Zijn boodschap: wie mensen wil verleiden tot vergroenen, moet niet alleen zenden, maar ook actief betrekken. Zo kunnen bewoners hun eigen verhaal ontdekken. Dáár begint verandering. En zo ontstaat er sociale cohesie en voelen bewoners eigenaarschap voor ‘hun’ groen. Luc lichtte dat toe met een eigen ervaring: ‘Met toestemming van de gemeente hebben we een stukje buurtnatuur aangelegd. Toen een onoplettende beheerder het wilde maaien, stormden alle buren naar buiten om het te verdedigen.’
Na Lucs verhaal was het tijd om in beweging te komen met de Tuinquiz, geleid door May Stubbe van IVN. Met vragen als ‘Hoeveel vierkante kilometer van Nederland beslaan tuinen?’ en ‘hoeveel procent van de tuinen is betegeld in het stedelijk gebied?’ werd de deelnemers gevraagd op een lijn te gaan staan bij hun antwoord. De antwoorden: 550 km2 resp 63%.

Chillen in het groen

Hoe kunnen al die vierkante kilometers tuin bijdragen aan verbinden, ontmoeten, bewegen en een goede (mentale) gezondheid? Uit de presentatie van woningcorporatie Trivire en de gemeente Dordrecht werd duidelijk hoe vergroening meer kan zijn dan alleen een fysieke ingreep. Hun gezamenlijke motto: een gezonde leefomgeving maakt het verschil voor onze bewoners.
In de Tweelingenstraat en Stierstraat werd gewerkt aan een integrale aanpak: van gevel tot gevel. De herinrichting van de grasvelden tussen de wooncomplexen, de aanleg van regentuinen en het vergroenen van 51 tuinen gingen hand in hand met participatie en community building. Dus geen voorlichtingsavonden in anonieme zaaltjes, maar echt in de buurt.

De centrale vraag aan bewoners: ‘Chillen in het groen, hoe zou jij dat doen?’ Door fysiek aanwezig te zijn in de buurt, kleinschalig te werken en bewoners echt mede-eigenaar te maken, werd groen ingezet als middel voor ontmoeting, gezondheid en verbinding.

De samenwerking tussen gemeente en corporatie vroeg vooraf om duidelijke afspraken, mandaat en financiële dekking en dat is niet altijd simpel. Maar het gezamenlijke uitgangspunt was dat wél: een gezonde leefomgeving maakt het verschil voor bewoners, nu en in de toekomst. Dat laatste werd onderstreept door Wieteke Hassing, ketenregisseur Sociale Innovatie van Trivire: ’Als jongeren bij hun eerste woning een mooi tuintje hebben, nemen ze dat succes vaak mee naar hun volgende huis. Daarom hebben wij als woningcorporatie ook een educatieve rol.’

Tuinrangers: het eerste zetje

Het vierde onderdeel van de middag was het programma Tuinrangers, een samenwerking tussen Stichting Steenbreek en IVN Natuureducatie. Via het programma kunnen gemeenten vrijwilligers laten opleiden tot Tuinrangers die inwoners ondersteunen die wel willen vergroenen, maar niet weten hoe. Mensen zeggen vaak ‘Ik heb geen groene vingers’. Of ‘Ik huur, mag dit wel?’. Precies hiermee kunnen Tuinrangers helpen: het geven van het eerste zetje. Met een tuinbezoek geven ze gratis advies over hoe mensen hun tuin natuurvriendelijker en klimaatbestendiger kunnen maken. Dat doen ze met praktische handvatten, kennis én een advies op maat. Steenbreek en IVN staan in voor de opleiding, opvolging en bijscholing van het lokale Tuinrangersteam.

Gemeente Zoetermeer is enthousiast over de Tuinrangers. Caroline van Heijningen, beleidsmedewerker groen en biodiversiteit, gaf aan dat er sinds de start in 2025 al meer dan 100 tuinadviezen zijn aangevraagd door bewoners. Om het informatiepakket dat bij het bezoek uitgedeeld wordt een lokaal sausje te geven heeft de gemeente zakjes zaadjes met inheemse, lokale soorten toegevoegd. Een mooi ‘extraatje’.

Zelf aan de slag

De workshop startte met een introductie door gemeente Schiedam en woningcorporatie Woonplus die samen werken aan vergroening van Schiedam. Chayenne de Witte, Steenbreek-adviseur gemeente Schiedam: ‘We maken ruimte voor groen, klimaatadaptatie en bewonersinitiatief in een steeds intensiever gebruikte stad, en dat vraagt wat van beleid en uitvoering.’ In de Nieuwe Buurt, een woongebied in het centrum, pakt de gemeente dit op samen met Woonplus en de bewoners. Heldere beleidskaders, structurele financiering, langjarige samenwerking en aandacht voor de huurders zijn hierbij essentieel.

Woonplus probeert haar huurders te verleiden tot vergroening door allerlei handzame middelen aan te bieden om in de tuin aan de slag te gaan. Corrie van den Berg, senior projectleider: ‘Zo hebben we workshops ‘Groen Geluk op je Balkon’ georganiseerd en zelfs een bekende groene blogger ingezet om met groentips bewoners te enthousiasmeren voor de vergroening van hun balkon en tuin.’

Om het nog aantrekkelijker te maken heeft Woonplus ook regels vastgelegd over tuinen: bij nieuwbouw wordt de tuin opgeleverd met een terrasje en op de erfafscheiding paaltjes met draad. De huurder is verantwoordelijk voor de verdere inrichting en het onderhoud van de tuin. Bij woningwisseling is er nog geen beleid over hoe de tuin moet worden opgeleverd en hoe de tuin aan de nieuwe huurder moet worden uitgegeven.

Vervolgens zetten de gemeente Schiedam en woningcorporatie Woonplus de deelnemers aan het werk. Zij hadden twee casussen voorbereid waar ze wel wat hulp bij konden gebruiken. Casus 1: Wat moeten wij samen organiseren om vergroening geen eenmalige actie te laten zijn? Casus 2: Wat is een ‘goede’ basisinrichting van een tuin?

Over beide casussen is uitgebreid gesproken met elkaar, er werden ervaringen gedeeld en ideeën uitgewisseld. Zoals de vergroende tuin van een enthousiaste bewoner inzetten als voorbeeldtuin voor buurtgenoten.

Ook werd het (stimuleren van het) aanplanten van heggen als schutting genoemd. Bij de basisinrichting ging het ook over wat de woningcorporatie hier in kan doen, zoals tuinaarde in de tuin in plaats van zand, zodat planten meteen een goede basis hebben. Of een informatiepakket langsbrengen bij bewoners die er net een paar weken wonen; dan zijn de verhuisdozen uitgepakt en is er ‘ruimte’ om na te denken over de tuin. De rode draad in beide casussen: in gesprek gaan en blijven met de bewoners.

Wat nemen we mee?

De kennissessie liet zien dat vergroening van particuliere tuinen geen puur technische opgave is, maar vooral een sociale en organisatorische uitdaging. Belangrijk om te horen dat verwondering en persoonlijke betrokkenheid mensen in beweging zet en dat groen een krachtig middel kan zijn voor sociale verbinding. Maar vergroenen kan niet zonder structurele samenwerking tussen gemeenten en corporaties en de bewoners. Particuliere tuinen zijn immers geen bijzaak, maar een sleutel in het realiseren van een samenhangend groen netwerk in de Zuid-Hollandse steden en dorpen.

Sluit ook aan! We moeten het samen doen.

Gepubliceerd: